header2016

 

  • Accommodatiestoringen: aanpassingsvermogen van de ogen om op verschillende afstanden scherp te zien.
  • Adjuvans: toevoegsel.
  • Alkalose: ophoping van alkali (loog) of verlies van zuur in het organisme door verschillende oorzaken.
  • Anaemie: bloedarmoede.
  • Angina pectoris: hartkramp.
  • Anorexia (nervosa): gebrek aan eetlust.
  • Antidiabeticum: middel tegen diabetes (suikerziekte).
  • Antidiarrhoicum: middel tegen diarree.
  • Anti-emeticum: middel tegen braken.
  • Antihistamine-werking: tenietdoen of tegengaan van de werking van histamine (komt o.a. vrij bij allergische reacties).
  • Antineoplasticum: tegen woekeringen / gezwelvorming.
  • Antineuralgicum: middel tegen neuralgie (zenuwpijn).
  • Antioxidant: stof die een andere stof tegen oxidatie beschermt, beschermen tegen de schadelijke effecten van een overmaat aan vrije radicalen.
  • Antisepticum: ontsmettend middel.
  • Antispasmodicum: krampstillend middel.
  • Aphrodisiacum: middel dat de geslachtsdrift bevordert.
  • Artherosclerose: aderverkalking.
  • Arthritis: gewrichtsontsteking.
  • Assimilatie: proces waarbij voedingsstoffen door het lichaam worden opgenomen en vervolgens worden omgezet in levend weefsel.
  • Atherosclerose: aderverkalking.
  • ATP: adenosinetrifosfaat, enzym dat een belangrijke rol speelt in de celstofwisseling.
  • Autonoom: zelfstandig (autonoom zenuwstelsel = onwillekeurig zenuwstelsel).
  • Candida albicans: schimmel welke huid en slijmvliezen kan infecteren.
  • Cardiacum: middel voor het hart.
  • Cardiotonicum: middel dat de werkzaamheid van het hart bevordert.
  • Carminativum: windverdrijvend middel bij ophoping van gassen in het darmkanaal.
  • Cellulitis: sinaasappelhuid; ontsteking van het onderhuids bindweefsel.
  • Celregenererend: celherstellend.
  • Cerebrale: met betrekking tot de hersenen.
  • Chelering: proces waarin mineralen worden omgezet in een gemakkelijk verteerbare vorm.
  • Cholagogum: stof die de galstroom van de galblaas naar de darm bevordert
  • Cholereticum: stof die de productie van gal door de lever bevordert.
  • Cholesterine: cholesterol (galvet).
  • Citroenzuurcyclus van Krebs: chemische omzetting van glucose in de cel, waardoor energie vrijkomt.
  • Claudicatio intermittens: periode van mank lopen en pijn in de benen t.g.v. afsluiting van bloedvaten, etalagebenen.
  • Colibacillose: ziekte veroorzaakt door colibacterieën.
  • Colitis: ontsteking van de dikke darm.
  • Collageen: eiwitbestanddeel uit bindweefselvezels en (kraak)been.
  • Collageenweefsels: weefsels waarin collageen voorkomt, zoals botten, kraakbeen en bindweefsel.
  • Conjunctivitis: oogbindvliesontsteking.
  • Constipatie: verstopping, hardlijvigheid.
  • Contracties: samentrekking.
  • Coronaire: de kransslagaders betreffende.
  • Cortisonachtige werking: werking gelijkend op de werking van cortison (bijnier- schorshormoon, dat ontstekingsremmend werkt).
  • Couperose: roodheid en ontsteking van de huidklieren in het gelaat.
  • Darmflora: samenspel van miljarden goede en slechte bacteriën in de darmen, die in voordurende strijd met elkaar verkeren.
  • Dauwworm: bepaalde vorm van eczeem bij zuigelingen en kleuters.
  • Degeneratie: ontaarding, achteruitgang in het functioneren.
  • Dermatitis: huidontsteking.
  • Desinfecteren: ontsmetten.
  • Diabetes: suikerziekte.
  • Dikkedarm-dysbiose: verstoring van de onderlinge verhouding van de darmbacterieën.
  • Disaccharide: suiker, bestaande uit twee enkelvoudige suikers (o.a. lactose, lactulose, maltose en sacharose).
  • Diuretica: urineproductie bevorderend middel.
  • Diureticum: urinedrijvend.
  • Diverticulosis: ontsteking van divertikels (uitstulpingen).
  • Duodenitis: ontsteking van het duodenum (twaalfvingerige darm = bovenste deel dunne darm).
  • Dysenterie: bloeddiaree.
  • Dysmenorrhoe: heftige menstruatiepijnen in buik of onderrug.
  • Dyspepsie: gestoorde spijsvertering.
  • Eiwit metabolisme: eiwit stofwisseling.
  • Embryonale: het embryo (vrucht in het moederlichaam tot ± de 3de maand na bevruchting) betreffende.
  • Emfyseem / emphyseem: abnormale ophoping van lucht in weefsels en organen.
  • Emmenagogum: middel dat de menstruatie bevordert.
  • Endagiitis obliterans: chronische ontsteking van de aderen vooral van de onderbenen, waarbij bloedvatafsluiting kan optreden.
  • Endocrien: met inwendige afscheiding
  • Endotheel: inwendig bekleedsel van de bloed- en lymfevaten en lichaamsholten.
  • Engelse ziekte: rachitis, vertraagde beenvorming tijdens de groeiperiode.
  • Enzymen: stoffen die een bepaald scheikundig proces in het lichaam in gang zetten of bevorderen zonder zelf te veranderen, noodzakelijk voor stofwisseling en spijsvertering.
  • Eosinofielen: vorm van granulocyten (witte bloedlichaampjes).
  • Estradiol: natuurlijk oestrogeen.
  • Etalageziekte: zie claudicatio intermittens.
  • Expectorans: middel dat het ophoesten bevordert.
  • Flatulentie: gasophoping in de darmen.
  • Frigiditeit: geheel of gedeeltelijk ontbreken van seksuele prikkelbaarheid, geslachtelijke koelheid.
  • GABA: hersenhormoon dat hyperactiviteit remt en mogelijk een neurotransmitter is.
  • Gastritis: ontsteking van het maagslijmvlies.
  • Gastro-intestinaal stelsel: maagdarmkanaal.
  • Gistingsdyspepsie: gestoorde spijsvertering veroorzaakt door gisting.
  • Glucose tolerantiefactor: mate van verdraagzaamheid voor glucose.
  • Haemoglobine: ijzerhoudende bloedkleurstof van de rode bloedlichaampjes; verbindt zich met zuurstof.
  • Haemopoetikum: middel dat de bloedvorming bevordert.
  • Herpes simplex: huiduitslag met kleine met helder vocht gevulde blaasjes, veroorzaakt door een virus.
  • Histamine: een amine dat o.a. vrijkomt bij ontstekingen en allergische reacties.
  • Hypertonie: hoge bloeddruk.
  • Hypnoticum: slaapmiddel.
  • Hypoglycemie: te laag glucosegehalte in het bloed.
  • Hypothyreoïdie: onvoldoende productie van schildklierhormonen.
  • Hypotonie: lage bloeddruk, ook wel onvoldoende spanning van de spieren.
  • Immuunsysteem: afweersysteem.
  • Impotentie: seksueel onvermogen van de man.
  • In vitro: in glas (reageerbuisje).
  • Indigestie: stoornis in de spijsvertering.
  • Interferon: blokkeert binnendringende virussen in de cel en stimuleert het immuunsysteem.
  • Intestinale absorptie: opname van stoffen in het darmkanaal.
  • Iso-flavon: op flavonen gelijkende stof (flavonen zijn natuurlijke kleurstoffen met een gunstige werking op de bloedvaten).
  • Isomeer: chemische stoffen met dezelfde soort en aantal, doch verschillend gerangschikte atomen, waardoor zij verschillende eigenschappen hebben.
  • Isotoon: van gelijke osmotische druk als de omgeving.
  • Krop: struma, vergroting van de schildklier.
  • Laryngitis: strottehoofdontsteking.
  • Laxeren: bevorderen van / aanzetten tot de ontlasting.
  • Levercongestie: overmatige bloedtoevoer naar de lever.
  • Libido: zinnelijke begeerte, wellust.
  • Maagdarmcatarrh: ontsteking van de slijmvliezen van het maagdarmkanaal.
  • Macrocytaire anemie: bloedarmoede t.g.v. een tekort aan vitamine B12.
  • Medicijnresiduen: medicijnoverblijfselen.
  • Melkschurft: crusta lactea, melkkorst, huiduitslag met puisten vaak op het hoofd bij zuigelingen.
  • Menopauze: overgangs- of wisseljaren bij de vrouw, het ophouden van de menstruatie.
  • Meteorisme: ophoping van gassen in maag of darmen.
  • Methionine: essentieel aminizuur.
  • MS: multiple sclerose, chronische aandoening van het centraal zenuwstelsel.
  • Mucilaginosum: slijmachtig middel.
  • Mutagene: verandering veroorzakend.
  • Myodegeneratio cordis: hartspierontaarding.
  • Nervinum: middel dat op het zenuwstelsel werkt.
  • Neuralgie: zenuwpijn.
  • Neurasthenie: nerveuze uitputting.
  • Neurotransmitter: chemische stoffen die een rol spelen bij de prikkeloverdracht in zenuw.
  • Oedeem: vochtophopingen.
  • Oestrogenen: hormonale stoffen die de vrouwelijke secundaire ge-slachtskenmerken ontwikkelen resp. instandhouden.
  • Osteoporose: algemene of plaatselijke atrofie (verkleinen / verschrompelen van organen a.g.v. verminderde voedingstoevoer) van het skelet.
  • Ovaria: eierstokken.
  • Oxidatie: verbinden met zuurstof; thans in ruimere zin gebruikt voor elk proces waarbij een stof valentie-elektronen afstaat.
  • Oxyuriasis: voorkomen van aarsmaden in de darmen.
  • Parasiticum: middel tegen parasieten.
  • Pellagra: huidziekte t.g.v. een tekort aan vitamine, vaak bij het gebruik van slechte maïs.
  • Peristaltisme: voortschrijdende wormvormige samentrekkingen van maag- en darmwand, waardoor de darminhoud wordt voortbewogen.
  • Pesticiden: verdelgingsmiddel
  • PMS: premenstruele klachten o.a. prikkelbaarheid, opgeblazen gevoel in de onderbuik, humeurigheid, depressie, misselijkheid, pijnlijke borsten en vocht vasthouden in de periode voor de menstruatie.
  • Poortaderstuwing: stuwing in de grote ader die het aderlijk bloed uit de spijs-verteringsorganen, de milt en de alvleesklier naar de lever voert.
  • Porphyrine-ring: onderdeel van o.a. haemoglobine en chlorofyl.
  • Predisponeert: ontvankelijk maken.
  • Preventief: voorbehoedend.
  • Psoriasis: huidziekte waarbij schilfering van gedeelten van de huid optreedt.
  • Pyorrhoea: ettervloed
  • Raynauds gangreen: versterf van weefsel als gevolg van verminderde bloedtoevoer.
  • Remineraliserend: herstel van de mineralenbalans.
  • Rheumatoïde artritis: reumatische gewrichtsontsteking.
  • Rhinitis: neusverkoudheid.
  • Rokersbeen: bloedvatproblemen in de benen a.g.v. roken.
  • Schizofrenie: gespletenheid van geest.
  • Scrofulose: klierziekte.
  • Seborrhoea: verhoogde afscheiding van huidsmeer vermengd met schilfers / schubjes van de opperhuid.
  • Secretoliticum: middel dat de secretie (afscheiding van vochten) vermindert.
  • Sedativum: kalmerend middel.
  • Serotonin: chemische tussenstof bij prikkeloverdracht in het organisme.
  • Serum: vloeistof die zich afscheidt bij de stolling van bloed.
  • Sinusitis: holteontsteking.
  • Sodium: mineraal.
  • Sondevoeding: voeding welke middels een buisje in het lichaam wordt gebracht.
  • Spasmolyticum: krampstillend middel.
  • Steriliteit: onvruchtbaarheid; vrij van micro-organismen.
  • Stomachicum: middel dat de maag prikkelt, de eetlust opwekt en de spijsvertering bevordert.
  • Strontium 90: radioactieve isotoop van het chemisch element strontium.
  • Struma: vergroting van de schilklier, krop.
  • Sulfuraten: zwavelverbindingen
  • Syndroom van Menière: aanvalsgewijze doofheid, duizelingen, oorsuizingen en braken.
  • Synergisme: wederzijdse versterking.
  • Testes: zaadbal, teelbal.
  • Thyroxine: schildklierhormoon.
  • Tonicum: versterkend, eetlustopwekkend middel.
  • Tonicum amara / amarum: bittermiddel, eetlustbevorderend.
  • Toxinen: schadelijke stoffen, vergif.
  • Tripeptide: verbinding van drie aminozuren.
  • Trombose: vorming van bloedstolsels in een ader.
  • Ulcus pylori et duodeni: maag- en dunnedarmzweer.
  • Uragogum: urinedrijvend middel.
  • Uterustonicum: versterkend middel voor de baarmoeder.
  • Viscositeit: kleverigheid.
  • Vitaliserend: levenskracht gevend.
  • Vrije radicalen: zeer actieve chemische deeltjes die vrijkomen bij verschillende lichaamsprocessen en allerlei schade kunnen veroorzaken.
  • Ziekte van Leiner: zeldzame ziekelijke huidverkleuring.
  • Ziekte van Raynaud: slechte doorbloeding van de ledenmaten, ‘dode’ vingers en tenen.
  • Zogdrijvend: melkproductie verhogend.
  • Zuur-base-evenwicht: de normale verhouding tussen zure en basische stoffen in het bloed.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright

© ORIHERBA 2015 : niets van deze website mag zonder duidelijke voorafgaande toestemming van de uitgever gepubliceerd worden door derden.